Een jaar voordat ik op zoek ging naar een uitgever was De Rode Admiraal voltooid. Ik las het boek voor het eerst in zijn geheel door en kwam er halverwege achter dat ik volledig van mijn oorspronkelijke plan was afgeweken. Zo was ik bijvoorbeeld van plan vrijwel het hele boek op één locatie af te laten spelen, maar werd het een vlucht door het hele land. Het ontsnappen aan de politie kwam centraal te staan in plaats van het klonen, dus ik besloot de helft van het verhaal te schrappen, hoewel ik toen nog niet wist wat ervoor in de plaats zou komen. Vaak is dat voor mij de beste manier: gooi het oude weg en er is ruimte voor iets nieuws. Dan komt er vanzelf een goed idee. Doe ik dat niet, dan blijf ik te veel vasthouden aan het oude en zijn alle ideeën erop gericht de bestaande tekst zoveel mogelijk intact te houden.

Op eenzelfde manier heb ik de huur van mijn studentenkamer opgezegd zonder dat ik een nieuw onderkomen had. Ik was het beu in het studentenhuis en wilde weg. De eenvoudige oplossing is dan om de huur op te zeggen. Zou ik dat niet doen, dan is de noodzaak niet groot genoeg en bedenken mijn hersenen hooguit dat ik weer eens een feest moet geven. Dan wordt dat studentenhuis vanzelf weer leuk.
Het opzeggen van de huur heeft ertoe geleid dat ik als beste oplossing zag dat ik met mijn vriendin ging samenwonen. Eerst nog onofficieel op haar studentenkamer, maar al snel officieel in ons eerste huisje. Inmiddels ben ik haar getrouwd en hebben we twee kinderen. Bovendien gaf het samenwonen me de rust om te kunnen schrijven, hetgeen ik in mijn studentenhuis juist zo miste.
Om niet het risico te lopen op straat te komen staan, bouwde ik een zekerheidsclausule in. In dit geval had ik met vrienden besproken dat ik zo nu en dan kon blijven logeren. Weekje hier, weekje daar. Voor het zoeken van een nieuwe woning heb ik zo’n vangnet nodig, anders kom ik op straat te liggen. (En dat gaat na paar dagen gewoon vervelen.)

Bij een boek is zo’n vangnet niet nodig, dus kan je zoveel schrappen als je wil. Zelfs al doet het pijn, want dat doet het. En niet veel later kreeg ik dan ook het idee om het klonen van de hersenen van Vanessa extra diepgang te geven door haar herinneringen uit te lezen. Als je het boek nu leest, staat dat honderd procent centraal: de totaalschending van onze privacy. Voorheen was het werk echter alleen gericht op de drang van de mens controle te hebben op leven en dood, in dit geval middels klonen.
De toevoeging van deze ultieme vorm van privacyschending was voor mij echter niet de reden dat ik zo enthousiast werd. Natuurlijk vind ik het onderwerp belangrijk en is het zaak dat ieder voor zich bedenkt wat de gevolgen kunnen zijn van de wijze waarop we op dit moment omgaan met privacy, maar ik kreeg kippenvel van het feit dat ik op vernieuwende wijze een verhaal kon vertellen.
Tot nu toe ken ik alleen verhalen die vertelperspectieven, ik-perspectief, hij/zij-perspectief of auctorieel verteller, afwisselen. Het ene hoofdstuk is de ik-persoon aan het woord, het andere hoofdstuk wordt via een hij-personage verteld. In De Rode Admiraal worden ik-perspectief en zij-perspectief gelijktijdig gebruikt. Om Vanessa tot leven te wekken, moet Leon namelijk het geheugen van Vanessa van haar oorspronkelijk brein overzetten in een gekloonde versie. Na het downloaden van de herinneringen kijkt hij ze eerst terug voordat hij ze overzet naar de gekloonde hersens. Een van die herinneringen is de eerste date tussen Vanessa en Leon. Leon bekijkt op zijn laptop door de ogen van Vanessa naar de herinnering ván Vanessa op haar eerste date met Leon, terwijl hij zelf natuurlijk de eerste date met zijn geliefde ook goed kan herinneren. Dit fragment zal ik voordragen.

(Het belangrijkste verschil zit hem voor mij dus met name in de gelijktijdigheid van de perspectieven. Dat vond ik wel een aardige vondst :P.)

 

Fragment: H11 – pagina 80-82

 

De eerste keer dat Leon de date beleefde, had hij alleen zijn eigen beleving en gedachten. In dit fragment krijgt hij, en daarmee de lezer, ook haar beleving en gedachten te zien en te horen. Leon is de ik-persoon en Vanessa de zij-persoon. Tijdens het terugkijken van de herinneringen hebben we een soort ik/zij-perspectief. We zien het fragment door de ogen van zowel Leon als Vanessa. Natuurlijk blijft Leon de verteller en is er meer te zeggen voor het ik-perspectief, toch is deze vertelwijze voor mij bijzonder omdat het de gedachten van een ander personage zo objectief mogelijk weergeeft. Er gaat geen extra filter overheen doordat Leon vertelt dat Vanessa zich zo voelt. Of Vanessa die Leon vertelt wat ze denkt, misschien is het wel gelogen. De gedachten in dit fragment komen uit eerste hand en zijn ongelogen.

(Taaldilemma: gesproken tekst wordt normaal met enkele quotes geschreven. Hij vraagt: ‘Wat gaan we doen?’ Maar hoe geef je het verschil aan tussen Vanessa die iets zegt en Vanessa die een gedachte heeft? Leon hoort beide immers via de speakers van zijn computer. Gesproken tekst, ook die van Vanessa, blijft tussen enkele quotes. Een gedachte van Leon blijft ongequote, die zijn immers niet hardop. En een gedachte van Vanessa is met een dubbele quote weergegeven: “Wat een schatje.” Op die manier hoefde ik niet op ieder moment te expliciteren dat ze iets denkt, dat leest presttiger. Natuurlijk heb ik dat de eerste paar keer wel gedaan om duidelijk te maken wat het verschil is tussen een enkel of dubbel teken.)

Sander Bakx