Zoals ik al in de eerste heb verteld ben ik veel bezig geweest met het schrappen en herschrijven van mijn teksten. Het eerste hoofdstuk heb ik het meest aangepast. De eerste versie was een combinatie van het huidige hoofdstuk 1 en 2. Het was een kaal hoofdstuk met weinig emotie en dat terwijl daar de emoties juist het meest intens zijn. Ik zocht naar een manier om de langzame bewustwording van wat er de avond ervoor gebeurd is te beschrijven. Een gebeurtenis die de aanleiding en motivatie moet worden van het hele boek. Toen het uiteindelijk af was en ik het eindresultaat voor het eerst las, schoot ik vol. Het hoofdstuk is licht poëtisch en daardoor raakt het mij meer dan ik voor ogen had.

Als kind begon ik met schrijven, daar had ik twee redenen voor. De eerste en voor de meeste mensen de reden om te lezen, is dat ik graag even aan de werkelijkheid ontsnap om tot rust te komen. Zoals ik al zei kan dat ook door te lezen, maar als kind kwam ik meestal niet verder dan een alinea omdat vervolgens mijn gedachten afdwaalden en ik in mijn hoofd het verhaal zelf afmaakte. Moest ik dan ook voor school een boek lezen, dan had ik hele hoofdstukken woorden gelezen, maar het eigenlijke verhaal had ik niet opgeslagen. Wel had ik een fantastisch verhaal beleefd. Deze verhalen schreef ik thuis graag op. (Ik zat vroeger iedere vakantie op zolder in een schrift en later op de computer te schrijven.)
De tweede reden is om mezelf te confronteren met gevoelens. Niet per se met dingen die ik in het verleden heb meegemaakt, maar eerder met dingen die ik nog mee zal maken of hopelijk niet mee zal maken. Je kunt het vergelijken met het luisteren naar muziek. Meestal luisteren we muziek waar we vrolijk van worden en lekker op kunnen dansen en feesten. Soms echter luister ik naar muziek die een somber gevoel aanzwengelt. Gewoon om even weg te zakken in dat gevoel: melancholie, angst, verdriet, et cetera. In het begin is het naar en vervelend, maar als ik gewend raak aan de sombere emotie dan voel ik me ontspannen, ik laat me aan het lot van mijn gevoelens over en probeer zoveel mogelijk te relaxen. Als het nummer af is gelopen dan ben ik helemaal ontspannen. De donkere gevoelens die standaard in mijn lijf zitten hebben even gehoor gekregen en zijn daardoor tot rust gekomen. Soms heb ik daar tenminste een week lang profijt van. Ik ben dan rustiger, het doet er allemaal niet meer zoveel toe, misschien omdat ik weer weet dat mijn leven veel ellendiger zou kunnen zijn.
Als ik schrijf probeer ik ook negatieve gevoelens te amplificeren. Ik voel me daardoor sterker, rustiger. Mocht ik namelijk ooit in het echte leven met die gevoelens geconfronteerd worden, dan heb ik er al kennis mee gemaakt en hoop ik daarmee dat de impact kleiner is. Eenvoudig gezegd schrijf ik over angsten, maar angsten is wat mij betreft dan een verzamelnaam voor alle negatieve emoties.
Een muzieknummer is over het algemeen binnen een paar minuten voorbij. Je blijft dus ook niet lang in het gevoel hangen als je dat niet wil. (Je kunt er altijd voor kiezen om eenzelfde nummer aan te zetten.) En ook al is De Rode Admiraal niet heel erg dik, het is geen minutenwerk. Daarom vind ik het ook belangrijk om de rust die je ervaart na het luisteren van zo’n muzieknummer in te bouwen in het werk en dus ook het feest van de muziek te verwerken.

De eerste en enige 3D-films die ik tot nu toe heb gekeken zijn die van De Hobbit. In het eerste deel gaat Radagast, een tovenaar, naar een toren waar een necromancer huist. Wat hij daar gaat doen, is op dit moment niet interessant. Wat belangrijk is, is de necromancer. Een necromancer is namelijk een tovenaar die de doden tot leven wekt. Legers skeletten, zombies en geesten die alles doen wat de herrijzer hen opdraagt. Na die scène was ik met mijn gedachten niet meer bij de film. Ik was aan het dagdromen hoe het zou zijn om een necromancer te zijn. Stel er ligt een dood lichaam, je gaat er gehurkt bij zitten en je legt je hand op het voorhoofd. Je knijpt erin en je hand verkrampt. In heel je lichaam spannen je spieren aan, je zet je langzaam met je benen af en komt omhoog. Je hand nog altijd aan het hoofd vast. Dan als je omhoogkomt rijst het lichaam op. Zonder eigen spieren te gebruiken staat het lijk tegenover je. Nog even houd je het vast als het de ogen opent. Je kijkt het diep in de ogen aan, maar de ziel ontbreekt. Dan laat je het los. Het leeft.
Wat bezielt iemand in vredesnaam zoiets te doen? En nog belangrijker, stel je zou dat in werkelijkheid doen, hoe doe je dat? Als het op toverkracht aankomt, kan alles. Maar wat komt het dichtst bij herrijzenissen in de echte wereld? Toevallig zijn we al goed op weg met de nieuwste technologieën van het klonen en dus was voor mij de relatie met de werkelijkheid snel gelegd. Het enige probleem dat ik toen nog had, was waarom iemand een ander tot leven zou willen wekken.
De relatie die ik heb met mijn vrouw is me heel kostbaar en daardoor ben ik ook erg bang haar kwijt te raken. Vooral als zij bijvoorbeeld plotseling om het leven zou komen. Wat zou ik voelen als ik haar opeens verlies? Ik vind het nog steeds akelig om over na te denken, maar door dat nu te doen, leer ik niet alleen meer over mijn eigen gevoelens, ook ben ik mijn relatie met haar nog meer gaan waarderen.

Wat mij raakt in het eerste hoofdstuk is dat ik een confronterende reflectie heb geschreven. Drie belangrijke angsten komen naar voren: mijn angst een dierbare te verliezen, mijn angst fouten te maken en mijn angst voor kleine wezens. In het volgende fragment komt dat goed naar voren, hoewel je eigenlijk het hele eerste hoofdstuk moet lezen om een goed beeld te krijgen van de lading die dit boek voor mij heeft.

 

Fragment: H1, pagina 6

 

Allereerst zit ik tegenover me te kijken naar mezelf. Dat is erg belangrijk, want als er gereflecteerd wordt (hier letterlijk via het raam), dan neem je afstand van jezelf en kijk je als het ware naar jezelf in de derde persoon. Op die manier schakel je de gevoelens van de ik-figuur even uit en krijg je een objectievere situatie. Je wordt als het ware de auctoriële verteller zonder emotioneel belang, waardoor je eerlijk zonder schaamte of schande terug kan kijken op jezelf.
Wat hier gebeurt, is dat ik er langzaam achter kom dat ik een dierbaar persoon kwijt ben geraakt door mijn eigen toedoen, wetende dat ik geen andere keuze had, maar waar ik wel ontzettend veel spijt van heb omdat ik bang ben haar nooit meer terug te zien. Ik ben een proces ingegaan waar ik geen grip op heb en waar de consequenties enorm groot zijn. Voor mijn gevoel kan ik het niet goed doen en is het alleen honderd procent zeker dat ik zal falen. Het is ongrijpbaar en gaat snel aan me voorbij zoals ik geen zicht heb op de spinnen die ongrijpbaar en zonder zichtbare details voorbijrazen. Ze kriebelen, kietelen, ze kruipen in alle holtes en voor je het weet bijten ze en blijken ze giftig. Niet in Nederland gelukkig… tot de dag dat het wel zo is.