De assistente vraagt me binnen. De tandarts zelf is te belangrijk; hij is bezig handschoenen aan te trekken. Tegen beter weten in klauter ik op handen en voeten naar het zitvlak van de kleverige leren behandelstoel, een toonbeeld van de moderne esthetica en comfort. Ik druk mijn rug in de plas zweet van mijn voorganger. De assistente moet hem een keer vergeten zijn schoon te maken.
Ik zit rechtop door het raam te kijken naar een zandbak, waar een jongeman net over de rand komt gesprongen. Hij draagt een emmer en een schep. Hij graaft zijn billen goed in het zand, zodat als hij even opstaat iedereen kan zien dat dat zijn plekje was. De emmer vult hij om torentjes zand te maken. Hij zet er zestien in een halve maan voor zich neer. Het zijn de kantelen van zijn nieuwe vesting. En zoals dat met verdedigingswerken gaat, ligt de vijand al op de loer. Een jongeheer komt de zandbak in gelopen.
Hij gooit de stoel naar achter en een grote lamp in mijn gezicht. Ik zie alleen nog de twee mondkappen met ogen erboven voor een groot, wit licht. Het laatste wat ik kon zien is dat de jongeheer de man onder vuur heeft genomen. De man op zijn rug, de heer erboven. Het beeld van de man is een groot herengezicht. Mijn kaken moeten van elkaar, zodat de tandarts in mijn tandvlees kan prikken. Tussen de kantelen wroeten om te zien of er geen bres in de muur zit.
Als de heer de tanden van de man heeft geschoren, gaat hij van prikken in het tandvlees naar boren in de kies. Alles zonder verdoving. Hij slaat ruw met zijn vuisten enkele kantelen kapot. Een hand vol zand gaat mee naar zijn slachtoffer, die wordt gedwongen het op te eten. De man zet zijn nagels in het zand en laat het gebeuren. Zijn gezicht verkrampt op het moment dat het zand tegen zijn tong wordt gedrukt. Even doorbijten en het is weer voorbij. De heer is te moe de man te vervelen.
Verslagen ligt de man in het zand. Hij durft zich niet te bewegen uit angst dat de heer terugkomt om hem weer te vernederen. De heer is met de emmer naar een kraantje gegaan. Hij spoelt hem uit en vult hem met water. Een paar tellen later staat hij weer bij de man. Zonder iets te zeggen, omdat hij zich schaamt voor zijn gedrag, zet hij de emmer naast zijn slachtoffer. De man spoelt zijn mond schoon. Hij gaat met zijn tong langs alle tanden om te voelen of er ergens nog zand zit. Hij spoelt nogmaals wetende dat hij vanavond de sla niet hoeft te wassen.
De heer vraagt de man weer te gaan liggen. Het is de eerste keer dat er iets wordt gezegd. De man doet wat hem verhuld wordt opgedragen. Gehoorzaamheid uit angst, hoewel naar zijn zeggen nog even wat langer blijven mogelijk is, omdat hij toch nergens anders hoeft te zijn.
Zo gefrustreerd als hij de kantelen wist te verwoesten, zo delicaat is nu zijn herstelproces. Hij strijkt zachtjes de rondingen weer glad. Twee kantelen herstelt hij volledig, totdat de vesting weer proper is. De man staat op, klopt het zand uit zijn kleren en schudt de heer zijn hand. Hij bedankt hem voor al zijn goede zorgen en laat weten blij te zijn dat het voorbij is. Nog voor de man zijn portemonnee kan trekken, heeft de heer zijn hand al open. Even afrekenen en de man kan weer naar huis.
Na het maken van een vervolgafspraak loop ik naar buiten, langs de zandbak richting huis. De oorlog is voorbij. De heer is op een bankje gaan zitten op een paar meter afstand van de zandbak. De kantelen zijn weer glad gestreken. Alleen de kuipstoel is nog zichtbaar in het zand. Een derde kind komt bij de zandbak kijken. Het heeft een emmertje en een schepje en gaat zitten in de kuipstoel. Die voelt nat aan. De heer kijkt hoe het kind angstig om zich heen kijkt. Hij geniet geduldig van zijn welverdiende pauze terwijl hij zijn geld telt op de bank.

Zandbak.pdf