De cowboy met de kameel is geïnspireerd door Ennio Morricone. Beluister het fragment waardoor Tim en Teen zijn ontstaan, bekijk daaronder welke verhalen er tot nu toe in deze reeks zijn verschenen. Klik bij ieder verhaal op ‘lees meer’ om naar het volledige verhaal te gaan of download de pdf.

0. – De boer met de kameel

De wieltjes van de ploeg piepen, de omwentelingen zijn traag. De merrie die hem trekt is moe, ze heeft geen zin meer om te trekken. Nog niet het halve veld is geploegd of ze staat al stil. Haar hoofd omlaag, alsof ze wil stoppen. ‘Kop op meissie,’ moedig ik haar van achter de ploeg aan. Normaal zou ze drie jaar geleden met pensioen mogen. Veranderende tijden brengen veranderde regels met zich mee. Ze moet door. ‘Nog één jaartje,’ lieg ik en geef haar een paar suikerklontjes. Ze schrokt ze naar binnen. Haar moedeloze blik doet me overwegen de ploeg zelf te trekken. Een blik die om de eeuwige verlossing vraagt. Mijn benen zijn ook verzuurd; ik werk zeven dagen per week en verricht het werk van de inmiddels drie ontslagen arbeiders. Met de tak sla ik tegen haar kont, stof spat op, ze sjokt verder.

… lees meer (download.pdf)

1. – De trein naar het Westen

In mijn hutje aan de rand van New York word ik wakker in een bed van stro. Teen is ondergebracht in het pakhuis waar ik, al anderhalve maand, iedere dag centen bijeen probeer te sparen om de trein naar het Westen te kunnen betalen. Het is geen vervelend werk om schepen te laden of karavanen van goederen te voorzien. Het enige nadeel is dat ik wekelijks moet betalen voor de acht vierkante meter afgebakend door houten schotten, die ik huis dien te noemen. Als Europeaan denken zomaar een eigen huis te bezitten is natuurlijk van den zotte. Al helemaal aangezien ik het me niet kan veroorloven naar Parijse parfum te rieken.

… lees meer (download.pdf)

2. – De karavaan

De wind steekt op. Een koude vlaag door mijn haren. Teen heeft het zwaar. Ik druk mijn lichaam zoveel mogelijk tegen haar voorste bult, met mijn hoofd in haar nek. Het hout van de wagens en karren kraakt, de wielen piepen. Rechts van me probeert George tevergeefs de gordijnen van zijn koets, hij is te rijk om zelf te lopen, dicht te houden. De zakenman is natuurlijk bang zand in zijn ogen te krijgen. Zijn mooie hoed smerig of dat prachtige jacquet. Ik heb sinds ons vertrek in Omaha nog geen woord met hem gewisseld, hoewel ik al de hele rit langs hem rijd. Hij durft me niet eens aan te kijken. Zeker bang om smerig te worden door naar me te kijken. In mijn ooghoeken heb ik hem vol afschuw zien gluren naar Teen. Haar reactie is altijd een hapje van de gordijnen te nemen, waarop de zakenman in een kikkersprong aan de andere kant van de postkoets  zit.

… lees meer (download.pdf)

3. – Arabier van het Wilde Westen

Ik scheur een poot van de kip boven het vuur, net gaar, en voer hem de indiaan voordat Benjamin terug is. Voor het koken heb ik hem vastgebonden aan de enige boom die op dit stuk van de prairie te bekennen is. Een dor stuk hout, de stam gescheurd; aan de voorovergebogen punt hangt nog een stuk touw, alvast gereed voor een volgende lynching. Ik haal de lap stof voor zijn mond weg. Hij moet al dagen niet gegeten hebben, zo gulzig als hij vreet. Water krijgt hij, maar eten vindt Benjamin te kostbaar. Die zou het liefst alleen zijn scalp verkopen. Een milde straf vergeleken met wat die roodhuiden Bens familie hebben aangedaan. Niet dat dit exemplaar oud genoeg is om daar aansprakelijk voor te zijn.

…lees meer (download.pdf)